Gérard aan Sylvia

Brief van Gérard aan Sylvia
Muscat, Sultanaat van Oman – 4 oktober 1977
Beste Sylvia,
Je brief heb ik gisteren ontvangen, tegelijk met die van moeder en Dennis.
Je begrijpt heus wel wat jullie gevoelens voor mij zijn, maar er zijn twee dingen die jullie blijkbaar allemaal uit het oog verliezen.
Allereerst zal ik niemand ooit duidelijk kunnen maken hoe het is om hier alleen te leven.
In een maatschappij zonder vrouwen zoals deze ben je en blijf je als vrijgezel de eeuwige zondebok. En juist jij zou moeten kunnen begrijpen dat zoiets voor mij niet vol te houden is. Bovendien zitten de meeste mensen hier uitsluitend voor het geld.
De enige mensen met wie ik het goed kan vinden, zijn een stel Engelsen die hier voor twee tot vier maanden werken voor aannemers. Misschien denk je nu: hoe zit het dan met je collega’s?
Nou, een groter stelletje klootzakken – sorry voor het woord – ben ik nog nergens tegengekomen. Zit je daar acht dagen afgezonderd in de woestijn, dan kijk je voortdurend tegen dezelfde verwaande en praatzieke gezichten aan.
Het enige wat die heren kunnen, is drinken, slapen, eten en klagen over hun werk.
Hierover heb ik al met mijn hoogste baas gesproken. Hij kon mijn standpunt volledig begrijpen. Sterker nog, hij zei precies hetzelfde als wat ik je zojuist heb verteld.
Dit was punt één van mijn verhaal.
Punt twee betreft mijn relatie met Pam. Zoals altijd bemoeien anderen zich weer met zaken waarover zij niet kunnen oordelen en trekken zij verkeerde conclusies.
Ik vind jouw levensverhaal heus wel interessant en aantrekkelijk. Maar neem één ding van mij aan, Sylvia: er gaat niets boven een normaal, goed geregeld en gelukkig leven met z’n tweeën.
Avonturen beleven en doen waar je zin in hebt is best aardig, maar ten eerste ben jij een van de weinige mensen die zo kunnen leven. Ten tweede moet ik, als gevolg daarvan, ook aan mijn toekomst denken.
En daarmee komen we vanzelf bij punt drie.
Dit betreft mijn ervaringen van het afgelopen jaar.
Kijk, Sio, wanneer iemand iets moois heeft opgebouwd en dat vervolgens plotseling weer verliest, dan verandert dat een mens. Je raakt op een punt waarop je je nergens meer iets van aantrekt, behalve van jezelf.
Ik ben mij terdege bewust van mijn zwakke kanten, maar ook – en dat durft niet iedereen van zichzelf te zeggen – van mijn sterke punten.
Ik heb inmiddels meer dan genoeg meegemaakt. Het wordt nu wel eens tijd dat er iets verandert.
Misschien ben ik, net als vader, af en toe een beetje een streber. Maar over een aantal jaren wil ik ook kunnen zeggen:
“Kijk, dit heb ik allemaal bereikt.”
En niet dat ik zal moeten zeggen:
“Nou jongens, ik heb een geweldig leven gehad, veel plezier gemaakt en altijd gedaan waar ik zin in had, maar verder heb ik eigenlijk niets opgebouwd.”
Misschien zeg je nu dat het heus niet zover hoeft te komen.
Dan zeg ik je: gegarandeerd dat het zover komt, mij kennende.
Nee, Sio, er komt een moment waarop iemand die veel heeft meegemaakt er voorgoed genoeg van heeft.
Ik ben gewoon van plan wat geld mee naar huis te brengen en daarna een prettig leven te leiden zonder al te veel problemen.
Iedereen is altijd welkom, maar dan wel zonder commentaar te leveren op wat dan ook.
Ik hoop dat je de grote lijnen van mijn gedachtegang kunt volgen.
Verder wil ik alleen nog zeggen dat ik blij ben dat ik in ieder geval nog één familielid heb met wie goed te praten valt.
Hopelijk blijft dat altijd zo.
Nou, tot ziens dan.
Hartelijke groeten,
Gérard
________________________________________
P.S.
Sorry dat er geen bloemetjes op mijn briefpapier staan.
Als compensatie: 🌷🌼🌷
Over één ding hoef ik hier in ieder geval niet te klagen: het weer. ☀️